Drehorgel-Souvenirs – 6. und 7. Folge – Die goldenen 20er Jahre

Drehorgel-Souvenirs – 6. und 7. Folge – Die goldenen 20er Jahre

Deze uitgave uit de serie Drehorgel-Souvenirs brengt de sfeer van de gouden jaren twintig terug met marsen, walsen, schlagers en populaire melodieën uit die tijd. Op deze 6e en 7e aflevering zijn vier verschillende draai- en concertorgels te horen.

De opnamen werden verzorgd en uitgebracht door Curt Baum uit Hamburg. Een belangrijk aandeel op deze plaat heeft orgelbouwer en arrangeur Franz Göckel. Hij tekende de muziek voor beide Wellerhaus-orgels en bouwde ook het kleine Göckel-orgel dat op de plaat wordt genoemd.

De kleine Göckel-orgel

De kleine Göckel-orgel van Franz Göckel werd gebouwd in 1968 en 1969. Het instrument bezit een klokkenspel, 48 tonen en een fraaie façade. Op de platenhoes is dit orgel afgebeeld.

Kant 108 A – Wellerhaus, 104 tonen

  1. Frühling und Liebe – Walzer
  2. Je veux des der Petrus wußte
  3. Leichtes Blut – Johann Strauss
  4. Schlager-Potpourri
    • Ich hab dich einmal geküßt
    • Die blonde Inge
    • Das Lied der Liebe
    • Der erste Kuß
    • Blutrote Rosen
    • Wenn du einmal in Hawaii bist
    • Der verliebte BimBambulla
    • Fräulein Pardon
    • Für einen Fliederstrauß darfst du mich küssen
    • Leider schlägt die Uhr die zwölfte Stunde
    • Der Duft, den eine schöne Frau begleitet
    • In Sanssouci, wo die alte Mühle steht
    • Für dich hab ich was mitgebracht
    • Der Meier mit der Badehose
    • Ohne Hemd und ohne Höschen
    • Wenn du einmal dein Herz verschenkst
    • Finale
  5. Regimentkinder – Julius Fučík

Totale speelduur: 25:29

Wellerhaus concertorgel

Het grote Wellerhaus-concertorgel werd in 1892 in Saarn an der Ruhr gebouwd door August en Wilhelm Wellerhaus. Volgens de oorspronkelijke hoes beschikt het orgel over 104 tonen en een volledig chromatisch toonbereik.

De façade bevat onder andere een kapelmeester, twee engelen, slagklokken en twee danseressen. Het instrument was volgens de hoes sinds 1904 in familiebezit van orgelbouwer Franz Göckel.

Kant 108 B – Wellerhaus, 104 tonen

  1. Kärntner Lieder – Marsch
  2. Des Negers Traum – Marsch
  3. Treue Waffengefährten – Marsch
  4. La Bourrasque – Walzer
  5. Lyrischer Walzer – Walzer
  6. Alte Kameraden – Marsch

Totale speelduur: 25:43

38er Ruth & Sohn concertorgel

Op de derde plaatkant klinkt een concertorgel van A. Ruth & Sohn uit Waldkirch. Dit type behoorde tot de grote Duitse kermis- en concertorgels uit het begin van de twintigste eeuw.

Volgens de hoes werd dit orgel gebouwd rond 1905 en 1906. Het instrument heeft 96 tonen, een 16-tonig klokkenspel, grote en kleine trommel en een bekken. De façade is uitgevoerd in originele Jugendstil.

Kant 109 A – 38er Ruth & Sohn

  1. Fantasie – A. Ruth
  2. Rosen aus dem Süden – Johann Strauss
  3. Dreimäderlhaus – Franz Schubert
  4. Dolores-Walzer – Emile Waldteufel
  5. Es lebe das Leben – Ischpold

Totale speelduur: 25:41

65er Gebrüder Bruder

De vierde plaatkant is gewijd aan een 65er Gebrüder Bruder. De muziekrollen werden volgens de hoes getekend door de Berlijnse orgelbouwer G. Bacigalupo.

Het orgel wordt op de originele uitgave beschreven als een van de laatst gebouwde Bruder-orgels uit Waldkirch. Het bezit 65 chromatische tonen en werkt met een 30,5 centimeter brede muziekrol.

Kant 109 B – 65er Gebrüder Bruder

  1. Alte Lieder, traute Weisen – Tango
  2. Unter dem Doppeladler – Marsch – F. Wagner
  3. Möwe, du fliegst in die Heimat – Langsamer Walzer – G. Winkler
  4. Königgrätzer Marsch – Piefke
  5. Schnee-Walzer op. 71 – Thomas Koschat
  6. Marianne – Medium Fox – Herm. Lang
  7. Frei weg – Marsch – Latann
  8. Auf der Reeperbahn – Walzer – Ralph A. Roberts
  9. Erzherzog Albrecht – Marsch – Karl Komzak

Totale speelduur: 24:19

     

Franz Göckel

Franz Göckel werd op 2 september 1914 in Meiningen in Thüringen geboren als zoon van een orgelbouwer. Volgens de oorspronkelijke platenhoes tekende hij vanaf 1930 muziekrollen en werkte hij in het bedrijf van zijn vader.

De arrangementen op deze uitgave tonen hoe breed het repertoire van mechanische orgels was. Niet alleen marsen en walsen werden gespeeld, maar ook operette, populaire schlagers en bekende melodieën uit de jaren twintig.

Drehorgel-Souvenirs

De serie Drehorgel-Souvenirs werd uitgegeven door Curt Baum in Hamburg. Deze 6e en 7e aflevering kreeg de titel Die goldenen 20er Jahre.

Voor liefhebbers van draaiorgels en historische kermisorgels is deze uitgave interessant omdat vier verschillende instrumenten naast elkaar te horen zijn. Daarmee geeft de plaat niet alleen muziek uit de jaren twintig weer, maar ook vier verschillende klankwerelden uit de Duitse orgelbouw.

Uitgave: Drehorgel-Souvenirs, 6. und 7. Folge
Titel: Die goldenen 20er Jahre
Uitgever en opname: Curt Baum, Hamburg
Genre: Draaiorgelmuziek, mechanische muziek, marsen, walsen en schlagers
Formaat: Stereo LP, 33⅓ rpm

No artists associated with this album.