De Grote Cap
DE GROTE CAP VAN MINA VAN ES Orgelblom van de Rotterdamse straatkeien DE GEBOORTE EN EERSTE LEVENSJAREN Omtrent de eerste levensjaren van dit prachtige straat-draaiorgel is niet zoveel bekend. Redelijk zeker is dat het in 1926 is gebouwd door de -eertijds al- bekende Belgische orgelfabrikant Firma Gebr. Decap, Antwerpen en serienummer 1026 kreeg toegewezen. In 1902 begon vader Alois Decap...
De Grote Cap
DE GROTE CAP VAN MINA VAN ES Orgelblom van de Rotterdamse straatkeien
DE GEBOORTE EN EERSTE LEVENSJAREN
Omtrent de eerste levensjaren van dit prachtige straat-draaiorgel is niet zoveel bekend. Redelijk zeker is dat het in 1926 is gebouwd door de -eertijds al- bekende Belgische orgelfabrikant Firma Gebr. Decap, Antwerpen en serienummer 1026 kreeg toegewezen.
In 1902 begon vader Alois Decap (*4-2-1864-†1931) met zijn zoon Livien in de Antwerpse Esschenstraat 22-24 met een draaiorgelbedrijf, aanvankelijk voor revisie van de eigen orgels. Gaandeweg werd dit uitgebreid met de nieuwbouw van orchestrions en van kermis-, dans- en ook straatorgels. Toen Alois’ zonen Frans, LĂ©on en Camille volwassen waren, traden zij ook tot het familiebedrijf toe en ontstond de bekende en befaamde Firma Gebr. Decap, Antwerpen, die heden nog steeds bestaat en in 2002 zijn 100-jarig bestaan heeft gevierd.
Het orgel werd gebouwd op het 75-toets Decap straatorgel gamma met 22 toetsen voor de zang, 16 op tegenzang, 10 als begeleiding en 8 voor de bassen. Deze dispositie was vrijwel standaard voor al hun “grote” 75 toets orgels, maar waarbij niet altijd de registers identiek waren. Als registers waren aanwezig op zang: prachtige zangrijke Violen opgesteld in de middenkast, een kwinkelende FlĂ»te-Harmonique, waarvan de rij metalen pijpen voor in de buik stond opgesteld met daarachter de pijpen van het register Carillon. In tegenstelling tot andere 75 toetsers had het géén Metallofoon. Op tegenzang waren in de beide zijkasten opgesteld de Cello’s met daarvoor de lange fraaie zinken pijpen van het register Cello-Grave, die een sonore klank gaven. In de middenkast waren aanwezig de tegenzang registers Bourdon, Voix-cĂ©leste en Bariton (of baret), met op de buik-buiten de poort- de pijpen van het register FlĂ»te 8. Voor de begeleiding waren 3 rijen pijpen aanwezig. Verder nog grond- en strijkbassen, maar géén Trombone’s. Het slagwerk bestond uit een zware Grote Trom met koperen ketel en een flinke zware stok, als deze sloeg op het strak gespannen trommelvel leek het wel een paukeslag. In de rechterluifel bevonden zich de Kleine Trom en de fel klinkende Kleppers die klonken als Spaanse Castagnetten, alsmede een koperen buis (toen ook wel “klok” genoemd). Als zodanig werd het afgeleverd aan de eerste eigenaar, de sinds 1923 bekende draaiorgelverhuurder Piet Timmermans te Rotterdam. Piet was sinds 1925 (toen hij 10 orgels tegelijk bij Decap kocht) de alleenvertegenwoordiger voor de Gebr. Decap in Nederland geworden, dit hield in dat alles wat te maken had met Decap in Nederland via hem liep. Je kon alleen bij hem een orgel van Decap kopen. Volgens overlevering had het orgel toen het op straat kwam géén naam, géén kap en géén zijvleugels. Er waren boeken bij van o.a. de Belgische noteur Jan Gillisen. Het is door Piet tot begin 1932 o.a. verhuurd aan de latere orgelbouwer Jacques -Jaap- Jaap Minning en aan de vergunninghoudster Miet Roos. In 1932 verdween het voor enige tijd om gerestaureerd te worden (door Gebr. Decap?).
-2-
DE EERSTE BLOEIPERIODE VAN 1932 TOT 1943
Door de restauratie van 1932 werd het muzikaal een heel mooi orgel, door diverse correctie’s. terwijl de dispositie onveranderd bleef. Tevens werd het front onderhanden genomen. Het geheel werd uitgebreid met een kap en zijvleugels. De basiskleur van het front was glanzend wit, de ornamenten waren grijs geschilderd met bladgoud, bladzilver en met parelmoertinten afgewerkt De metalen pijpen van FlĂ»te-Harmonique en Cello-Grave waren prachtig zeegroen geschilderd. Op de kap was een fraaie Pauw geschilderd en op de zijvleugels twee fraaie papegaaien. Zo was het een pronkstuk uit de verhuurstal van Piet Timmermans geworden met de naam “DE PAUW”. Het zou oorspronkelijk aan Chris Ackema
in huur gegeven worden, ware het niet dat de draaiorgel exploitante Mina van Es, de weduwe van de kort tevoren overleden legendarische Rotterdamse draaiorgel exploitant “Rooie Aart”, met Piet Timmermans overeenkwam het orgel te kopen met inruil van haar eerste “Decap van Rooie Aart”, een iets kleinere Decap die zij samen met haar man Aart van Es in eigendom had gehad. Mina van Es, bijgestaan door hun/haar trouwe knecht Jan van Eck ging het orgel in Rotterdam (Crooswijk) exploiteren. Zij waren zéér trots op dit mooie orgel, wat naar verluid een grote schare “fans” kreeg, ook door de mooie en bekende eigentijdse boeken, na de dood van Jan Gillisen in 1934, veelal door Piet Maas, Amsterdam genoteerd. Naast de naam “DE PAUW” werd het orgel (toen al) veel bekender als:
“DE PAUW” in 1937 met orgelploeg vlnr: de jonge Frans Florijn, Aart van Es jr, Jan van Eck, Roel van Es en de draaier met onbekende naam. “DE GROTE CAP VAN MINA VAN ES”.
In de jaren negentienhonderd en dertig had Carl Frei sr een geheel nieuwe heldere klankstructuur voor straat draaiorgels geĂŻntroduceerd, die snel zeer geliefd werd bij het orgelminnend publiek. Carl Frei sr (*4-4-1884 Schiltach im Schwarzwald (D) – †10-5-1967 Waldkirch am Kandel (D) had een ruime ervaring in de orgelwereld opgedaan bij o.a. Wilhelm Bruder Söhne, Gavioli, Mortier en De Vreese. Hij was een zeer veelzijdig man: orgelbouwer, intoneur, arrangeur en componist. Hij stichtte in 1920 een eigen orgelfabriek op de Terheijdenseweg in Breda. Zijn beroemd geworden klankstructuur ontstond kort gezegd door een heldere Bourdon-cĂ©leste in combinatie met Viool en Viool-cĂ©leste op zang en op tegenzang een Undamaris en Biphone.
-3-
De beschreven Carl Frei klankstructuur kreeg sher orger expioner ENG NEUGTRUIR II GII ĹžI waardoor orgelverhuurders veel van hun bestaande orgels naar de Firma Carl Frei, Breda zonden om verbouwd te worden, veel orgels werden toen gelijk op 72 of 90 toets Frei gamma gebracht. Als een gevolg stuurde Mina van Es haar “DE GROTE CAP” in 1938 ook naar Carl Frei, Breda om overeenkomstig zijn klankstructuur verbouwd te worden. De zangregisters in de buik (Carillon en FlĂ»te-Harmonique) werden verwijderd en de buik werd met een paneel dichtgemaakt. Op zang werd het nieuwe register Bourdon-cĂ©leste geĂŻnstalleerd en werd het register Viool uitgebreid met Viool-cĂ©leste pijpen, die in de linker zijkast achter de Kleine Trom en boven de Kleppers werden geplaatst. Op tegenzang verdween de FlĂ»te 8. welke werd vervangen door het typische Frei register Biphone, waarvan de pijpen op de buik buiten de poort geplaatst werden. Verder werden de pijpen van de Voix-cĂ©leste vervangen, door zodanig geĂŻntoneerde pijpen dat ze in de klankstructuur pasten. De overige -niet genoemde- registers bleven, voor zover bekend, intact evenals het 75 toets gamma. Het lot van de eerder genoemde tegenzang Bourdon is niet duidelijk. Het is verder vrij aannemelijk dat Frei géén register Undamaris heeft ingebouwd. Over beide laatst genoemde registers is verder in de literatuur niets terug te vinden. Op het orgel stond nu Carl Frei geschilderd. Het repertoire was bijna volledig vervangen door Carl Frei boeken. Tot in de oorlogsjaren was “DE GROTE CAP” het troetel instrument van Mina van Es. Helaas kwamen er donkere wolken aandrijven, na 1942 mocht er van de Duitse bezetter niet meer op straat gespeeld worden met een draaiorgel. Mina van Es kon haar orgel nog enige tijd verhuren in een zweefmolen, maar het orgel was daar eigenlijk te kolossaal en te groot voor. Zij ruilde in 1943 haar “DE GROTE CAP” bij Koos Schermer, Amsterdam voor het kleinere Carl Frei-orgel “De Cello”, dat Koos van de Firma Perlee, Amsterdam had gekocht. In de late oorlogsjaren verkocht Koos Schermer “DE GROTE CAP” aan zijn zwager Willem Roos, Rotterdam.
1945 TOT 1955 VRIJWEL TOTALE ONDERGANG
In 1945 jubelde Nederland door de bevrijding en velen dachten, dat nu de gezellige vooroorlogse tijd weer zou aanbreken. Het vertrouwde draaiorgel keerde weer terug, maar voor deze instrumenten zouden tien moeizame jaren aanbreken. In 1945 was de “DE GROTE CAP” nog steeds in handen van Willem Roos, maar het was bij hem overcompleet geworden. Begin 1946 verkocht hij het orgel aan de bananenhandelaar en tevens orgelverhuurder A. F. T. (Dolf) van den Acker, Rotterdam. Er brak nu een treurige (verhuur) tijd aan voor dit mooie orgel. De eerste Rotterdamse huurder was in 1946 Dirk Radder. Hij speelde nog in het Oude Noorden en had als draaier Kale Jan de Wit, ook diens buurjongen Jantje Stofregen ging altijd mee. die heeft aan dit moeilijk draaiende orgel “het orgeldraaien” geleerd. Vooreerst ging het nog redelijk met “DE GROTE CAP”, maar in december 1946 moest Dirk Radder het orgel neerzetten, aangezien het orgel te zwaar was voor de strenge wintermaanden van 1946-1947. Van 1947 tot 1949 was de bekende Haagse orgelman Nico de Graaff, ‘s-Gravenhage de huurder van het orgel. Vervolgens heeft Van Putten, Leiden het enige tijd gehad.
-4-
“De Grote Cap” in zijn na-oorlogse jaren, niet meer in Rotterdam, maar wel met voldoende belangstelling.
In 1950 keerde het orgel zwaar verwaarloosd teru in de loods van Dolf van den Acker aan de Sofiastraat te Rotterdam. In juni 1950 huurden “de jongens” van Stuifzand, Rotterdam het. Hoewel de kast van het orgel nog goed gefineerd was, was het voor de rest “knudde” met het orgel. Van het front kon wel soep gekookt worden en de rest was wrak en gammel. In september 1950 gaf het orgel er de brui aan. In 1951, nadat het front weer keurig in de verf gezet was, werd het gehuurd door Arie en Toon Roos, Rotterdam Na er zelf wat aan gedokterd te hebben, speelde het weer enigszins maar zonder slagwerk: de Kleine Trom en Kleppers werkten niet meer en de mooie Keteltrom was door warmte gesprongen De volgende huurder was Jan Pernambuque en weer later waren Janus Nomen en zijn zoon waarschijnlijk de laatste Rotterdamse huurders.
In 1953 kreeg het orgel de genadeslag, het heeft nog twee jaar stil gestaan in de voormalige loods van Piet Timmermans aan de Sint Mariastraat, Rotterdam. Begin 1955 werden de laatste orgels van Dolf van den Acker aan de Firma Perlee, Amsterdam verkocht, met inbegrip van dit orgel. “DE GROTE CAP” vertrok toen voorgoed uit Rotterdam. Toen het door Perlee was gekocht. heeft het nog enige tijd in Amsterdam op straat gespeeld. Echter de naam “PERLEE” stond er niet op geschilderd. Het orgel verkeerde in een zeer, zeer slechte conditie. Op een bevrijdingsdag (wellicht 5-5-1955) maakte Romke de Waard ook kennis met “DE GROTE CAP” en wel op de Dam te Amsterdam. Toen hij enige tijd later bij de Firma Perlee binnenkwam, vertelde hij dat hij op de Dam een onbekend orgel had gehoord dat meer dan erbarmelijk speelde. Gijs Perlee sr heeft maar niet gezegd dat het één van zijn orgels was. Uiteindelijk ging het in 19557 voor een tijd (wat later zo’n 9 jaar zou blijken te zijn) bij Perlee aan de Westerstraat in Amsterdam in opslag. DE HERBOUW EN RESTAURATIE 1964-1966
In 1964 besloot Gijs Perlee sr tot een grondige herbouw en restauratie over te gaan. Gedurende een periode van zo’n twee jaar zou Gijs Perlee sr met zijn zonen Gijs jr en Cor Perlee de klus op een bewonderenswaardige wijze tot een zeer succesvol einde brengen. Ten opzichte van de laatste verbouwing, bij Carl Frei in 1938, werden de volgende wijzigingen met betrekking tot de dispositie aangebracht. Toegevoegd werd de hoge toon f’ voor de zangregisters Bourdon-cĂ©leste en Viool. In tegenstelling tot wat gebruikelijk is, kregen beide registers een eigen aparte toets voor deze toon. De zangregisters werden aangevuld met een Metallofoon met houten hamerkopjes.
-5-
Op tegenzang werd het register Biphone gewijzigd in een register Triphone. Hiervoor werd 1 rij van de eigen Biphone pijpen gebruikt (de andere rij Biphone pijpen ging naar het Perlee orgel “De Grote Blauwe” als register “stem”). Verder werden de bassen versterkt met het register Trombone, welke pijpen afkomstig waren van het orgel “De Eierenkluts” (nu “Hummeltje”). Met deze veranderingen is de huidige dispositie ontstaan, zie voor meer details pagina 12. Echter ook na de restauratie had het nog steeds geen beelden.
Na deze restauratie door de Firma Perlee is het orgel qua gamma identiek aan “De Arabier”, wat betekent dat elkaars boeken gespeeld kunnen worden. Dit wil echter geenszins zeggen dat beide orgels qua muziekpresentatie op elkaar lijken. Twee dingen hebben de orgels met elkaar gemeen: het zijn allebei soepel spelende orgels met een razendsnel reactievermogen, zoals dat ook bekend is van de Gebr. Decap dansorgels. Door zijn uiterst snelle reactievermogen, zijn uitgebreide aantal registers en goede gamma is “DE GROTE CAP” uitermate geschikt om
de meest uiteenlopende muziekwerken te spelen,
5.PERLEE
Gijs Perlee sr (*18-12-1908 – †29-9-1991) voor de zojuist herbouwde “De Grote Cap”
van populair t/m klassiek. Nadat de restauratie in de eerste helft van 1966 voltooid was, heeft het orgel eerst nog gedurende ruim een jaar bij de Firma Perlee in de Westerstraat te Amsterdam onverhuurd binnen gestaan. Eindelijk was het dan zover in 1967, dat het verhuurd ging worden.
DE TWEEDE BLOEIPERIODE VAN 1967 TOT EIND 1989
De eerste huurder was Hendrik Elderman uit Groningen, indertijd de vaste huurder van “De Arabier”. Echter als “zijn orgel” niet beschikbaar was, bijv. als de Firma Perlee “De Arabier” nodig had voor buitenlandse reizen of onderhoud, moest hij als beroeps exploitant om zijn brood te verdienen tijdelijk een ander orgel huren en zo was dat in 1967 gedurende korte tijd “DE GROTE CAP”, die zo zijn hernieuwde straatdebuut in Groningen maakte. Vanaf circa september 1967 werd Kees van Doorn in Utrecht de volgende huurder. Hij plaatste er twee bellenslaande Volendammer poppen op en gaf het de naam “DOMSTAD”.
-8-
als “DOMSTAD”
Door gezondheidsproblemen zag Kees van Doorn zich genoodzaakt de huur van het grote en zware orgel in de eerste helft van 1969 te beĂ«indigen. Het ging terug naar de Firma Perlee en were op een “traditionele” driewielige duwwagen geplaatst. Verder werden er twee bellenslaande orge beelden op gezet en het kreeg zijn “echte” naam, “DE GROTE CAP”, weer terug. Gelukkig bleef het “in de running” doordat het vanaf juli 1969 door de jonge hobby-exploitant: Cees Krijger (*1949) uit IJmuiden werd gehuurd. Uiteindelijk heeft Cees, die door de weeks een vaste baan bij de PTT had, het orgel zo’n 17 jaar in exploitatie gehad. In al die jaren heeft hij het met zeer veel succes op zijn vrije zaterdagen geĂ«xploiteerd in Beverwijk en omgeving. Vele orgelliefhebbers hebben Cees in die jaren ter
zijde gestaan. Zoals de wat oudere Henk de Jong en Gerrit Visser en de jongeren: John Wempe, Jan Kees de Ruijter, Bart Zorn, enzovoort. In eerste instantie werd het orgel traditioneel “met de hand gedraaid”. Later, min of meer gedwongen door een tekort aan mankracht, werd het van een motor voorzien. Hetzelfde gold ook voor de driewieler waar het orgel opstond, deze werd eind oktober 1969 eerst voorzien van een ingenieus aangekoppelde hulpmotor of “hond”. Later is het orgel op een echte aanhangwagen met eigen hulpmotor en autotrekhaak geplaatst. Zo was het geheel veel makkelijker met een auto overal mee naar toe te nemen. In de tweede helft van de jaren 1970 werd door de Firma Perlee het register Voix-cĂ©leste veranderd. Dit register bestond uit twee rijen pijpen, die “verstikkend” ten opzichte van elkaar stonden opgesteld. De voorste rij van dit register werd vervangen door een rij veel dunnere pijpen afkomstig uit een orchestrion, waardoor dit register veel beter is gaan klinken. Later heeft Cees zelf drie nieuwe orgelbeelden gekocht en door de Firma Perlee laten schilderen en monteren.
Cees Krijger (links) en John Wempe (rechts) met “De Grote Cap” op 4-10-1969 in en bij de opening van de “Kunkelshal” in Haarlem
Cees was (en is nog steeds) een liefhebber van allerlei goede muziek. Als een logisch gevolg werd het repertoire van “DE GROTE CAP” in zijn tijd flink uitgebreid. Naast het in samenwerking met Gijs Perlee sr overkappen van typen en boeken van “De Arabier”, welke veelal gearrangeerd en genoteerd waren door Romke de Waard en Gerard Razenberg, heeft hijzelf vele nieuwe boeken laten noteren, door de intertijd actieve noteurs. Gerard Razenberg leverde vele arrangementen, o.a. de bekende vlotte vooroorlogse nummers van de accordeonist Will GlahĂ© (zoals Huckepack. Tanzende Finger, enz), concertmuziek (o.a. de wals Wiener BĂĽrger en de Csardas van Monti), enz.
-9-
Ook de indertijd relatief jonge noteurs Adrie Vergeer (o.a. Carl Frei serenades), Tom Meijer (o.a. In the Mystic Land of Egypt) en Jan Kees de Ruijter (o.a. Im Kinematograph) waren actief als leveranciers van orgel arrangementen en boeken. Verder waren Cees en zijn orgel graag geziene gasten in de “Haarlemse Kunkelshal” in de Werfstraat. Hij heeft hier met “DE GROTE CAP” vaak acte de presĂ©nce gegeven. Verder was hij regelmatig op manifestatie’s e.d. met zijn orgel aanwezig. Jammer genoeg is aan deze bloeitijd bij Cees in januari 1986 een einde gekomen, toen hij zijn huurperiode beĂ«indigde en het orgel terugbracht bij de Firma Perlee, waar het voorlopig niet verhuurd werd.
Vanaf begin 1988 werd het gehuurd door Henk Hendriks uit Hilversum, die het uit liefhebberij op zaterdagen in Zeist en omgeving exploiteerde bijgestaan door een aantal orgel liefhebbers. In april 1989 heeft deze “orgelploeg” op eigen initiatief het front geheel opnieuw geschilderd, zoals de foto laat zien. Op 21-10-1989 heeft Henk het orgel bij de Firma Perlee omgeruild voor een ander huurorgel, namelijk “De Pod”.
ANDERE EIGENAARS VAN 1989 TOT HEDEN
Bij de noodzakelijke verdeling van alle toendertijd in het bezit van de Firma Perlee zijnde orgels. tussen de beide ouders en de vier kinderen in oktober 1989 werd Cor Perlee (de jongste zoon) de eigenaar van “DE GROTE CAP”. Hij ging het verhuren en zodoende werd het van begin 1990 tot circa 1992 gehuurd door Karel Bosma te Groningen, die het aldaar exploiteerde. Hij had het orgel op een aanhangwagen staan, die door zijn personenwagen werd getrokken. Verder gaf hij het een andere naam en wel “ARABIER II”, hetgeen niet bij iedereen goed in de smaak viel. De enige echte “Arabier” had van 1953 tot aan de dood van de huurder Hendrik Elderman op 7-8-1977 in Groningen gelopen en de plaatselijke bevolking beschouwde dat orgel nog steeds als hun “Arabier” en daar moest je gewoon afblijven. Waarschijnlijk is toen ook de Metallofoon vervangen door een met volledige metalen hamertjes. Verder is het orgel, toen weer gewoon als “DE GROTE CAP”, in 1995 en begin 1996 nog verhuurd geweest aan Bart Zorn, Haarlem, die het o.a. in Haarlem en Bennebroek heeft geĂ«xploiteerd.
Op 22 juli 1996 heeft Cor Perlee het orgel “DE GROTE CAP” verkocht aan de zakenman en collectionneur Cris van Laarhoven, Hilvarenbeek. Cris was inmiddels een echte orgel liefhebber geworden, doordat hij in het bezit van een oud Marenghi orgel was gekomen.
Toen hij op een cassettebandje “DE GROTE CAP” een ouverture hoorde spelen was hij direct “verkocht” hetgeen geleid heeft tot de aankoop van het orgel. Cris stelde het orgel, geplaatst op een “traditionele” driewielige duwwagen, in zijn permanente in -jaren dertig- ingerichte expositieruimte naast zijn woonhuis te Beerten 15, Hilvarenbeek op.
-10-
Begin 2003 heeft Chris boven zijn expositieruimte een werkplaats laten bouwen, waar hij samen met de orgelbouwer Anthonius -Toon- H. Heesbeen, Tilburg gestart is met het draaiorgel bedrijf “NB C”. “DE GROTE CAP” heeft verder ook model gestaan voor het straat- en concertorgel “DE HARP”, dat in de genoemde ruimte permanent staat opgesteld en in opdracht van Cris, door Toon Heesbeen in de periode 01-01-2001 tot 01-07-2002 nieuw gebouwd is.
In april 2004 werd “DE GROTE CAP” door Cris verkocht aan de nieuwe en huidige eigenaar, de heer Paul Smits uit Tienhoven in de provincie Utrecht.
Maar veertig jaar na de herbouw en restauratie door de Firma Perlee begon het orgel toch echt wel mankementen te vertonen en zijn glorie te verliezen. Dus voordat Paul Smits het mee naar huis kon nemen moest er eerst eens “even goed naar gekeken” worden.
Als een gevolg besloot Paul het eerst grondig te laten restaureren door het “N B C”. RESTAURATIE 2004
In mei 2004 is het Nederlands Boekorgel Centrum “N B C” te Hilvarenbeek in opdracht van de huidige eigenaar Paul Smits, Tienhoven begonnen met het geheel demonteren van het complete orgel om tot een algehele restauratie onder leiding van en grotendeels ook uitgevoerd door Toon Heesbeen over te kunnen gaan. Bij deze restauratie zijn zoveel mogelijk de authentieke componenten gebruikt. Een van de weinige arrangeer-technisch noodzakelijke correctie’s, die is doorgevoerd, is het ongedaan maken van de twee aparte toetsen voor de toon f3 voor de zang registers Bourdon-cĂ©leste en Viool. Er is nu een toets voor deze toon voor beide zangregisters. zoals dat normaal is. Uitgangspunt bij de restauratie was het oorspronkelijke karakter van het orgel behouden en dus authenticiteit te waarborgen. Het zou een zeer herkenbaar “oud pierement” moeten blijven oftewel zoals iedereen het kent of gekend heeft als:
“DE GROTE CAP VAN MINA VAN ES”
EEN NIEUWE BLOEIPERIODE KAN BEGINNEN……
Nu, dat begin oktober 2004, de klus met veel succes door het team van het N B C geklaard is. mogen we concluderen dat Toon Heesbeen en zijn team er met veel doorzettingsvermogen en vakmanschap in geslaagd is de boven genoemde doelstelling in zijn geheel te verwezenlijken. Ik ben een van “de gelukkigen”, die het al “LIVE” heeft mogen zien en beluisteren en mijn mening is dat het zijn “oude” warme uitstraling qua klank, reactiesnelheid en uiterlijk volledig terug heeft gekregen. Maar oordeelt U verder zelf bij het beluisteren van deze Compact-Disc, die direct na de restauratie, nieuw is opgenomen en het bekijken van de foto op de voorkant van het CD boekje. Iedereen die betrokken is geweest bij dit project wenst Paul Smits veel succes toe met zijn nieuwe aanwinst. Daar hij te kennen heeft gegeven het thuis mobiel op te zullen stellen, hopen wij dat we Paul met zijn “DE GROTE CAP” regelmatig “LIVE” mogen tegenkomen en kunnen beluisteren, als hij acte de prĂ©sence zal geven bij manifestatie’s en dergelijke. Karina van den Boom, Haarlem, oktober 2004
-11-
Information
| Land |
|---|