Limonaire, de Franse orgelbouwer die Nederland veroverde
Wie oude foto’s van Nederlandse straatorgels bekijkt, komt regelmatig de naam Limonaire tegen. Toch begon het verhaal niet in Nederland, maar in Frankrijk.
De familie Limonaire was afkomstig uit het Baskenland. Antoine Limonaire vestigde zich in de negentiende eeuw in Parijs, waar hij piano’s bouwde en repareerde. Zijn zonen Camille en Eugène bouwden het bedrijf verder uit onder de naam Limonaire Frères.
Aanvankelijk hield het bedrijf zich bezig met kermisattracties. Rond 1900 begon Limonaire met de bouw van mechanische orgels voor danszalen en kermissen. Vooral het model met 35 toetsen werd een groot succes en vond zijn weg door heel Europa.
Ook in Nederland werden Limonaire-orgels populair. Voor de Eerste Wereldoorlog werden honderden exemplaren geïmporteerd. Het publiek waardeerde de warme, melodieuze klank en vooral het register Vox Humana, ook wel de “menschelyke stem” genoemd.
Toen het straatverkeer in de jaren twintig en dertig toenam, bleek de oorspronkelijke Franse klank soms te verfijnd voor de drukke Nederlandse straten. Veel Limonaire-orgels werden daarom aangepast. Orgelbouwer Carl Frei uit Breda speelde daarbij een belangrijke rol. Hij verving diverse soloregisters door het bekende bourdon céleste-register, waardoor het geluid voller en krachtiger werd.
Hoewel de productie vermoedelijk rond 1930 stopte, leven de Limonaire-orgels nog altijd voort. Verschillende exemplaren zijn te bewonderen in musea en collecties. Ze vormen een tastbare herinnering aan de periode waarin Franse orgelbouwers grote invloed hadden op het Nederlandse draaiorgelgeluid.
Bronnen
- Wikipedia – Limonaire Frères
- Museum Speelklok, Utrecht
- Kring van Draaiorgelvrienden
Het Limonaire orgel
